De liefde bedrijven

Vlak na mijn conservatorium-studie zong ik als tenor in een groot, professioneel koor dat onder meer met grote regelmaat de grote werken van Bach op het programma had staan. Een van die uitvoeringen heeft mij een inzicht gegeven dat mijn loopbaan sterk heeft beïnvloed, hoewel ik me dat pas veel later ben gaan realiseren. 

ware-liefde_1

“Ware Liefde” – Theo Broeren

We zongen de Matthäus Passion. Op Goede Vrijdag, ministers in de zaal, kortom de lat van verwachtingen lag hoog. We hadden het geluk te mogen zingen met een van de beste orkesten van Nederland. Als koor stonden we op een verhoging en keken recht de zaal in, dus ook volop zichtbaar voor publiek. Ik had uitzicht op de achterste regionen van het orkest. Veel van de uitvoerende musici hoeven in dergelijke werken een groot deel van de tijd niet te zingen of te spelen. Maar er is in die rust-tijd zoveel moois te horen, dat ik me dat nauwelijks bewust was. Tot ik halverwege een van de houtblazers om zag slaan om verder te kunnen lezen in de Voetbal International, dat hij blijkbaar óók op de lessenaar had liggen…

Muziek is een fraai fenomeen dat zich vooral op slechts een van onze vijf zintuigen lijkt te richten. Maar wel een met een opmerkelijk verschil ten opzichte van die andere vier: Zodra je het hoort is de bron onomkeerbaar verdwenen. Onze hersenen interpreteren bij muziek dus altijd een herinnering van een momentum: het is er immers niet meer! Misschien is dat wel een van de redenen waarom muziek ons zo direct kan beroeren. Meer dan alle andere kunsten is muziek in staat om ons de diepste emoties te laten beleven. Een bekende en krachtige illustratie hiervan is de thriller die zijn spanning direct verliest zonder muziek.

Chateau Petrus
Onze hersenen interpreteren bij muziek een herinnering. Terug halen voor bevestiging kan dus niet: het geluid is immers weg. En daar komen de omgevingsfactoren om de hoek. Zit ik lekker? Is het koud? Of juist warm? Té warm? Is het muffig, of hangt er juist een aangename geur? Is het licht? Of juist donker? Zit mijn grote liefde naast me? Of een zakenrelatie? Of een volstrekt onbekende, die bovendien een penetrante zweetlucht verspreidt en er smoezelig uitziet? Klopt het beeld met wat ik denk te hebben gehoord? En met het verwachtingspatroon dat ik van te voren had opgebouwd?

Kennis beinvloedt de waarde die je aan een ervaring kan geven. De gemiddelde wijndrinker vind een Chateau Petrus waarschijnlijk “Wel lekker, maar een beetje zwaar”. Maar als je het glas voorzet in een restaurant met enkele michelinsterren en ze vooraf ook nog vertelt dat de fles 3.800 euro kost, dan verandert onmiddellijk de smaakbeleving. Onbewust. Wat je niet weet, staat je interpretatie van de beleving dus ook niet in de weg. Je kunt het ook andersom redeneren: kennis verhoogt je waarderingsvermogen. Maar hoe dan ook: de waardering (interpretatie) van de pure beleving wordt altijd beïnvloed door vele factoren. Een professional weet -en gebruikt- dat gegeven.

Op en top professional
Gelukkig wist het publiek niet dat de Voetbal International op de lessenaar lag bij een van de orkestleden. En dat wéét die instrumentalist: hij is immers een professional. Hij staat garant voor wat hij speelt en dat is technisch van absolute topkwaliteit. Maar diezelfde Matthäus heeft hij die maand al 28 keer gespeeld, dus schakelt hij heel soepel tussen de momenten dat hij moet presteren en even niets te doen heeft. Het is immers zijn werk. Hij houdt van zijn vak, dat kun je horen als hij speelt, maar na vijftien jaar 28 keer hetzelfde stuk te hebben gespeeld is de passie veranderd en wordt het toch gewoon werk.

Het beeld dat de gemiddelde luisteraar bij musici heeft is dat ze met liefde aan het musiceren zijn: de liefde aan het bedrijven zijn. En meestal is dat ook zo, want als een musicus zich écht helemaal open stelt voor de muziek die gespeeld wordt, dan zindert het. Interessant is dan de vraag of het artistieke niveau altijd bepalend is voor de diepgang van de emotie die de musicus en het publiek beleeft. Zou die luisteraar nog steeds die liefde ervaren met flitsen van Voetbal International vlak vóór en direct na “Blute nur”?

Tussen de oren
Liefhebben. In het Nederlands een woord van Germaanse afkomst en nauw verbonden aan “Liebe” en “Love”. De Latijnse oorsprong is “Amare” en degene die liefheeft is in het Latijn een “Amator”. Italiaans, Spaans en Frans zijn sterk verwant aan het Latijn. Diezelfde liefhebber heet in het Frans dan ook “Amateur” die “Je t’aime!” zegt tegen zijn of haar geliefde. De amateur!

Pas veel later ben ik mij gaan realiseren wat het verschil maakt als je afhankelijk bent van muziek omdat je brood op de plank moet hebben, of dat je het geluk hebt om los te staan van die broodnodige beloning. Of sterker nog: er voor betaalt omdat je zo ontzettend graag muziek wil maken. In beide gevallen wordt muziek gemaakt. Kennis maakt je in staat om het technisch te kunnen waarderen. Maar echte liefde is een emotie die verder gaat en lang niet altijd gegarandeerd wordt door technische perfectie. Kwaliteit zit als normering immers tussen de oren, intentie in het hart.

Toen dat tot me doordrong werd ik definitief verliefd op het amateurkoor, omdat je als dirigent van amateurkoren per definitie een groep mensen tegenover je hebt die midden in hun liefde staan, helemaal klaar om te beminnen, de liefde te bedrijven. Geen sex: dat is heel wat anders. Liefde. Amateurs dus.

 

Roy Voogd
Stichting Amateurkoor
www.royvoogd.nl

 

amateur zn. ‘liefhebber’
Ontleend aan Frans amateur ‘vriend, minnaar’ [1488; Rey], later, onder invloed van Italiaans amatore, alleen ‘kunstliefhebber’ [1762; Rey], ontleend aan Latijn amātor ‘minnaar, liefhebber’, nomen agentis bij amāre ‘liefhebben’.

 

“Ware Liefde” is een van de Dikke Dames Schilderijen van Theo Broeren


 

Advertenties

5 gedachtes over “De liefde bedrijven

  1. Mooi verhaal Roy en ik snap ook wat je bedoelt, ik kom het in mijn werk ook iedere dag tegen. Maar proberen een muzikant te vergelijken met een koorlid is hetzelfde als appels met peren vergelijken.
    Daarnaast ligt het vaak ook aan de dirigent, hij heeft het blijkbaar niet spannend en interessant genoeg gemaakt voor iedereen om op het puntje van de stoel te zitten.

    Trouwens, weet je zeker dat het een professioneel muzikant was, want een muzikant en VI gaan meestal niet samen…

    • Allereerst dank dat je de blog gelezen hebt en de moeit hebt genomen om te reageren. Dat doet me plezier! Roept op tot dialoog, ik hoop dat je dat niet erg vind…

      Appels en peren hebben vele overeenkomsten, afhankelijk van de criteria die je stelt voor de vergelijking is dat meer of minder van belang. De essentie van de blog lag namelijk niet in de vakbekwaamheidsvergelijking tussen een musicus en een amateurkoorzanger, die werd beperkt door de constatering dat dat een feit is. De eerste essentie van het stuk zit in het zinnetje “Kwaliteit zit als normering immers tussen de oren, intentie in het hart.” De tweede essentie is dat interpretatie van een momentopname altijd aan meer elementen onderhevig is dan de prestatie alleen.

      Chateau Petrus is een uitstekende wijn, maar iemand die nooit wijn drinkt heeft waarschijnlijk de neiging het weer uit te willen spugen. En die houtblazer (ja écht iemand uit het AKO/Concertgebouworkest die VI leest…) is een uitstekend musicus die het publiek op het puntje van de stoel laat zitten, hoewel een fan van Dries Roelvink mogelijk niet de hele zit van de Matthäus in diepe ontroering uit zal houden.

      Overigens schreef ik nergens dat de uitvoering niet spannend en interessant genoeg was. Integendeel: het was een topuitvoering! Maar de constatering over óók de dirigent is inderdaad terecht: muziek is namelijk altijd een dialoog die zo goed wordt als de zwakste schakel. En ja, ik zie het helaas heel veel om mij heen: er zijn veel dirigenten die niet het vermogen hebben om te taxeren welk soort inspiratie of motivatie nodig is op welk moment.

  2. Heel mooi, Roy! Zelf zit ik als zanger op het keerpunt van amateur en professional, en regelmatig vraag ik me af: hoe groot is de liefde voor de muziek nog bij de professional, mijn (toekomstige) collega — en dus ook bij mezelf in de toekomst?

    Je stipt ook het thema van kwaliteit aan: “Kwaliteit zit als normering immers tussen de oren, intentie in het hart.” Daar zit denk ik de crux van het verhaal: het onderlinge begrip van kwaliteit, bij amateur, professional en publiek.

    Als ik eens in het publiek zit, merk ik het gelijk als de musici op het podium, professionals of amateurs, ‘de liefde bedrijven’. Echter, op dat hartstochtelijk voyeurisme betrap ik mezelf toch vaker bij een lokaal amateurkoor dat het zweet en de tranen er vanaf laat spatten, dan bij de klinische porno die de professionals meer dan eens voortbrengen.

    Sterker nog, juist bij het professionele ensemble dat, vol frustratie, op minder dan 60% van zijn kunnen presteert en tóch het leeuwendeel van het publiek overtuigt (want: ‘het moet wel kwaliteit zijn’), luister ik met strak verkrampt gekromde tenen. Ze musiceren met de VI op de lessenaar, zullen we maar zeggen; met misschien iets meer zuivere akkoorden dan het amateurgezelschap, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

    Hoe komen we nu tot ‘the best of both worlds’? En hoe kan ik ook persoonlijk voorkomen dat ik ooit de VI op de lessenaar leg (gelukkig houd ik niet van voetbal)?

    Ik denk dat de oplossing zit in een herwaardering van kwaliteit. Kwaliteit niet meer zien als ‘het aantal zuivere akkoorden’ of ‘nooit meer zakken’ of ‘de mappen naar het publiek houden bij opkomst en afgang’, maar als de bereidheid om jezelf als persoon — niet als ‘vermeend professioneel musicus’ — met al je menselijke tekortkomingen, zónder compromissen aan dat publiek te laten zien en met dat publiek een emotionele dialoog aan te gaan.

    Misschien moeten we kwaliteit niet meer zien als de perfect geslepen diamant die voldoet aan het bekende stereotype. Misschien moeten we kwaliteit zien als een steen op het strand: bijzonder, alléén omdat het onbevangen kind het die waarde toekent?

    Als dat als amateur betekent dat je je partijen zo goed studeert dat je uit het hoofd kan zingen, is het per definitie kwaliteit — hoeveel het op het concert ook aan zuiverheid (koor)zangtechniek ontbreekt.

    Als dat als professional betekent dat je de muziek ook ‘bij de zoveelste kruisiging’ nog keihard durft te laten binnenkomen (of juist daarom geen 28 Matthäussen doet), dan ontstaat vanzelf kwaliteit — ook al kun je je bladmuziek niet meer lezen vanwege de tranen in je ogen.

    Het is aan de professionele wereld durven dit nieuwe, wezenlijk pretentieloze kwaliteitsbegrip niet alleen aan te nemen, maar ook uit te dragen. Pas dan zal de amateur zich niet meer geïntimideerd voelen om zichzelf werkelijk te laten horen, en trots te kunnen zijn op wat diegene heeft gepresteerd. Pas dan zal ook de incidentele luisteraar kunnen genieten van de unieke “kwaliteit” van muziek: het naakte hart direct kunnen raken met oprechte, universele emotie.

    Kortom, we zijn het de muziek verplicht om haar te ontdoen van alle huigelachtige, top-down oplegede opvattingen over kwaliteit. Want ontstaat er dan toch eens die unieke, perfecte diamant, dan kan die voor de verandering ook echt eens op waarde geschat worden.

    Dus tegen iedereen die muziek maakt zou ik willen zeggen: durf amateur te zijn!

  3. Dank, Roy en Nathan. Mooie gedachten. En een mooie vergelijking met die stenen. Als amateur voel ik me een beetje gevleid, maar ook verplicht om mijn teksten uit het hoofd te leren. Ik weet, dat je dan beter zingt, maar het oude geheugen laat ons steeds vaker in de steek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s